• Farida

“Op een conferentie over klare taal in Amsterdam, ging er een nieuwe wereld voor mij open”

15. Zoveel kaarsjes mag Wablieft Tekstadvies dit jaar uitblazen. Zelf werk ik 12 jaar voor Wablieft, dus ik miste net de start van Tekstadvies.

Als je een jubileum viert, dan word je al eens nostalgisch. Hoe is het allemaal begonnen? Ik nam contact op met Karine Nicolay. Zij was destijds hoofdredacteur van de Wablieft-krant en startte Tekstadvies op. Als iemand me kan vertellen hoe het was, dan is zij het wel.


We spreken af op een terras in de Gentse binnenstad. De zon lonkt, de magen knorren en de mondmaskers mogen even af.


Karine, ik kom meteen ter zake, want ik ben benieuwd. De eerste 20 jaar was Wablieft de krant en de Wablieft-prijs. Van Tekstadvies was er nog geen sprake. Hoe ben je ertoe gekomen om daarmee te starten?

De Wablieft-prijs heeft daar een grote rol in gespeeld. Door de uitreiking van de prijs leerden meer organisaties ons kennen en begonnen ze na te denken over hoe duidelijk hun teksten waren. Ze klopten aan bij ons, en vroegen om advies. Toen verzamelden we met de redactie een aantal schrijftips. We noemden ze de ’20 tips voor klare taal’. Die werden op korte tijd heel populair. Steeds vaker moesten we ze opsturen naar organisaties.


Dus jullie herschreven zelf nog geen teksten?

Eerst niet, maar toen het aantal vragen bleef stijgen wel, ja. Dat gebeurde sporadisch. De bal ging pas echt goed aan het rollen toen we in een Europees project stapten. Dat was een ‘Grundtvig learning partnership’ dankzij de voorganger van het huidige Erasmus-programma. Dat was het allereerste project dat ik indiende. (lacht)


Wat hield dat project precies in?

We konden kennismaken met andere ‘klare taal’-initiatieven in Europa. Zo gingen we samen op bezoek bij The Plain English Campaign in Groot-Brittannië. Ook Eenvoudig Communiceren in Nederland leerden we kennen. We bezochten de Zweedse, Noorse en Finse kranten in eenvoudige taal. Dat was heel verfrissend, vond ik. Alle uitdagingen waarmee wij te maken kregen, kenden zij ook. Het was interessant om te ontdekken welke oplossingen zij daarvoor hadden.


Ik kon dankzij het project toen ook voor de eerste keer naar een conferentie over klare taal gaan, in Amsterdam. En daar is voor mij een nieuwe wereld opengegaan. Ik wist dus al dat er wat leefde in Europa, maar op die conferentie zag ik dat organisaties uit de hele wereld bezig waren met duidelijke taal. Heel inspirerend!


Toen ben je met een hoofd vol inspiratie teruggekeerd naar de redactie. Wat was jouw volgende stap?

Op dat moment was er een herstructurering bij het Vocb (de vorige naam van Vocvo, de organisatie waarvan Wablieft een deel is, nvdr). We moesten een plan voor de toekomst maken, want die stond op het spel. Door alles wat ik gezien had, kreeg ik het idee om Wablieft uit te bouwen. De basis bleef de krant. Er kwam tekstadvies bij, met workshops klare taal en de Wablieft-boeken. En natuurlijk de Wablieft-prijs. Het idee voor de boeken pikten we op in Engeland met de Easy Readers waar ik met een collega op bezoek kon. Dit hele ‘business plan’ kwam bij me op toen ik iets aan het drinken was in een café. Ik maakte snel een schets op een bierviltje. Ik heb dat viltje nog altijd. (lacht) Kort daarna veranderde ik echter van job.


Hoe reageerden de deelnemers toen je workshops klare taal gaf?

In het begin van elke workshop was er altijd iemand die grote weerstand had. Tegen het einde van de dag was die weestand helemaal verdwenen en was het meestal dezelfde persoon die zei: “Dat zou toch overal moeten gebeuren” (glimlacht). Die weerstand ombuigen, kostte me telkens veel energie, maar ik was altijd blij als het lukte.


Weet je hoe deelnemers van de workshops met de schrijftips aan de slag gingen?

We hoorden dat veel mensen die tips achteraf naast hun toetsenbord legden. Ik herinner me ook dat sommigen ze inzetten voor een gesprek met hun directie. Die moesten ze vaak overtuigen om klare taal op te nemen in hun beleid. Daar stootten ze heel veel vaak op tegenkanting. Als de directie er niet voor openstaat, dan verandert er niets in een organisatie.


Waar kwam die weerstand bij de deelnemers vandaan, denk je?

In het begin zeiden ze: “Dat is toch te simpel?” Of: “Je mag mensen toch niet onderschatten?” Ik vroeg vooraf altijd teksten op, en dan herschreef ik die samen met hen. Ik herinner me nog één workshop heel goed. Het was snikheet die dag. De cursisten en ik kauwden samen op een tekst, er was veel discussie, maar samen kregen we die tekst niet goed. Toen stelde ik voor om even te pauzeren. Tijdens de pauze herschreef ik de tekst en projecteerde ik die op de muur. Na de pauze vroeg ik aan de cursisten wat ze vonden van die versie. Ik zag het licht aangaan bij hen. (lacht) Op het einde van de workshop zeiden ze: “Iedereen zou dit moeten volgen.” Dat deed deugd om te horen.

Krijg jij veel weerstand?

Heel af en toe, maar meestal niet. De cursisten stellen uiteraard kritische vragen, maar ik merk dat die komen vanuit een interesse om duidelijk schrijven onder de knie te krijgen. Niet omdat ze het nut van duidelijke taal niet inzien. Nochtans, toen ik 12 jaar geleden startte als trainer, kreeg ik veel vaker met echte weerstand te maken. Dat kan voor een deel liggen aan mijn eigen onervarenheid, denk ik.

Dat kan, maar ik betwijfel dat. Het zijn nu echt wel andere tijden. De Vlaamse campagne Heerlijk Helder van Radio 1 in 2015 heeft veel dingen in gang gezet. Het belang van duidelijke communicatie is nu doorgedrongen tot veel meer mensen. Daar ben ik echt blij mee. Wij waren toen zowat de pioniers. Er waren heel weinig andere organisaties bezig met duidelijke taal in ons land, dus logisch dat het minder ingeburgerd was en meer weerstand opriep.


Weet je dat de directe aanleiding voor de campagne ‘Heerlijk Helder’ de IC Clear-conferentie van 2014 in Antwerpen was? Zo staat het ook in de inleiding van het Heerlijk Helder-boek van Jan Hautekiet en Ann De Craemer. Die conferentie was vooral gericht op klare juridische taal. We konden die conferentie organiseren vanuit een ander Europees project ‘IC Clear’. Maar toen werkte ik niet meer bij Wablieft, wel in de Hogeschool Kempen (nu Thomas More, nvdr). We werkten samen met de internationale organisaties Clarity en de Plain English Foundation. Daar ben ik nog altijd trots op. Met de partners van dat project organiseerden we in de Europese Commissie zelf een hoorzitting over ‘clear communication’, samen met hun eigen Clear Writing Campaign. Die mensen vertelden ons achteraf dat het hun werk ten goede was gekomen, want ook zij ondervonden intern veel weerstand en moesten vechten om hun werk te kunnen blijven doen.


Bedankt voor jouw pionierswerk, Karine, en bedankt voor de fijne babbel!




Na Wablieft werkte Karine Nicolay als docent en medewerker maatschappelijke dienstverlening bij de Katholieke Hogeschool Kempen (later Thomas More). In 2015 werd ze EPALE-coördinator bij Epos. Sinds 2019 is ze ook nationale coördinator voor de Europese Agenda voor Volwasseneneducatie in Vlaanderen. In die rol startte ze met Lang Leven Leren.

204 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven