• Katrien

Laaggeletterdheid heeft vele gezichten

Eén op de zeven volwassen Vlamingen is laaggeletterd. Laaggeletterden zijn onvoldoende taal-, reken- of ICT-vaardig om zelfstandig te functioneren in de maatschappij. De kans is groot dat jouw tekst ook in hun handen terechtkomt. Maar laaggeletterdheid is een gigantisch taboe. Veel mensen kunnen er geen naam of gezicht op plakken. Dan is het moeilijk om je in hun situatie in te leven wanneer je teksten schrijft.


In grote en kleine dingen

Ik werkte 17 jaar in een Centrum voor Basiseducatie. Ik gaf er lessen taal, rekenen en ICT aan volwassenen die daar moeite mee hebben. Laaggeletterdheid heeft voor mij veel namen en gezichten. Ik wil hen aan jou voorstellen.* Ik wil tonen wat laaggeletterdheid betekent in hun dagelijks leven. In grote en kleine dingen.


Bekijk de volgende keer jouw tekst eens door de bril van deze mensen. Wat zou je veranderen?


Fabienne bestelt altijd hetzelfde bij de beenhouwer: hesp en kippenwit. Ze ziet ook andere dingen die er lekker uitzien, maar ze kan de etiketten niet goed genoeg lezen. Daarom is ze bang om woorden verkeerd uit te spreken.





Bert heeft een huis gekocht en dat grondig verbouwd. Hij is premies misgelopen omdat hij de formulieren voor de aanvraag niet begreep. Op zulke momenten voelt hij zich dom. Hij denkt dat hij de enige is die het moeilijk heeft met deze administratie. Dat dit voor veel mensen een kluwen is en dat hij gerust om hulp kan vragen, komt niet in hem op.




Carine had ruim voldoende behangpapier besteld om de living te behangen. Na de werken heeft ze vier rollen over. Als jij en ik dat aan de hand hebben, gaan we met de ongeopende rollen terug naar de winkel. Carine durft dat niet, uit schrik om ontmaskerd te worden als zwakke rekenaar.




Rassoul is bekister. Hij werkt al een paar jaar voor hetzelfde bedrijf en is een waardevolle kracht in de ploeg. Daarom kreeg hij de kans om ploegbaas te worden. Hij liet die kans schieten, omdat hij dan rapporten moet lezen en invullen. Dat maakt hem onzeker.





Mariana komt naar de cursus lezen en schrijven omdat ze haar kinderen niet kan helpen met schoolwerk. Smartschool is voor haar de hel. Tegen haar omgeving zegt ze dat ze naar de computerles gaat.






Radia is na school meteen beginnen werken in een strijkatelier. Toen het strijkatelier sloot, schreef ze zich in bij een interimbureau. Ze hoopte op een job als arbeidster in een inpakafdeling, waar een vriendin werkt. Er waren vacatures, dus Radia kreeg een kans. Ze moest een online veiligheidsmodule volgen, een online test maken en dan kon ze starten. Maar Radia is niet computervaardig. Ze slaagde niet in de proef en de job ging aan haar neus voorbij.


Bea komt aan de kassa van een supermarkt. Ze moet 23,15 euro betalen. Ze geeft 25 euro en de dame aan de kassa vraagt of ze 15 cent heeft. Bea voelt een scheut van argwaan. Waarom moet ze bijbetalen? 25 euro is toch voldoende? Ze moet terugkrijgen! Ze zegt dat ze geen 15 cent heeft. Bea begrijpt in deze situatie niet dat 15 cent bijbetalen het gemakkelijker maakt om wisselgeld terug te geven.



Julien heeft een gigantische telefoonrekening. Hij belt namelijk altijd. Omdat hij weet dat hij fouten schrijft, stuurt hij nooit berichten.






Aan de slag!

Wil je leren hoe je een toegankelijke tekst schrijft? Op donderdag 25 maart leidt mijn collega Farida je door de wondere wereld van duidelijke taal. Klik hier voor meer info over deze praktische training.


Of download onze 20 Wablieft-tips voor duidelijke teksten.



*De verhalen zijn echt, maar de namen en de foto's zijn fictief.

foto's: Rawpixel.com

foto Fabienne: Flickr.com - Will Dendis

foto Bea: Flickr.com - Cesar Vargas


1,090 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Beste lezer